De Orthodoxe kalander

Invoering juliaanse kalender



De juliaanse kalender is genoemd naar Julius Caesar, die hem in zijn hoedanigheid van pontifex maximus (hoofd van de Romeinse eredienst) in 45 v.Chr. invoerde als finale correctie op de Romeinse versie van de Egyptische kalender. Die was eerder reeds door Alexander de Grote onder invloed van het Hellenisme over het hele Middellandse Zeegebied verbreid geraakt.

Op advies van de Alexandrijnse astronoom Sosigenes legde Caesar een jaar van gemiddeld 365,25 dagen vast, door om de vier jaar een schrikkeldag (extra dag) toe te voegen. De duur van 365,25 dagen was vanouds reeds door de Egyptenaren bepaald en het is een vrij goede benadering van het tropisch jaar (het jaar gebaseerd op het verloop van de seizoenen), hoewel in Caesars tijd al een nauwkeuriger waarde bekend was.

De maanden van de oude kalender bleven behouden, maar hun duur werd aangepast en bovendien begon het jaar voortaan op 1 januari. De schrikkelmaand intercalaris werd afgeschaft.

Caesar bepaalde dat het jaar AUC 708 (ultimus annus confusionis, het laatste jaar van de verwarring = 46 v.Chr.) 445 dagen zou tellen. 1 Ianuarius zou zo weer samenvallen met het begin van de winter. Om dit te bereiken voegde hij twee maanden toe aan dat jaar, tussen november en december. Dit jaar had, volgens de oude gewoonte, al een schrikkelmaand, de mensis intercalaris, zodat dat jaar 15 maanden had met in totaal 80 dagen extra.Ter ere van de invoering van deze kalender werd de maand Quintilis veranderd in Iulius. Later werd de naam van de maand Sextilis gewijzigd in Augustus.

Door een misverstand werd er aanvankelijk eens in de drie jaar een schrikkeldag toegevoegd. De fout ontstond doordat de Romeinen inclusief telden. De bedoeling was dat na het vierde jaar een schrikkeldag zou komen, maar men deed het in het vierde jaar, dus na drie jaar.[bron?] Deze fout werd in 4 na Chr. hersteld.

Opvolging



Een jaar volgens de juliaanse kalender is gemiddeld elf minuten langer dan het tropisch jaar. Daardoor loopt de kalender in duizend jaar 7,6 dagen achter op de zon. In 1582 werd met de invoering van de gregoriaanse kalender deze systematische afwijking gereduceerd, en eenmalig de opgelopen afwijking gecorrigeerd. Het verschil tussen de beide kalenders zit erin, dat de gregoriaanse kalender per 400 jaar 3 schrikkeljaren minder telt dan de juliaanse kalender: in de gregoriaanse kalender zijn alle hele eeuwjaren die geen veelvoud zijn van 400, geen schrikkeljaar (al zijn ze uiteraard wel door 4 deelbaar). De jaren 1700, 1800, 1900, 2100, 2200 en 2300 zouden in de juliaanse kalender schrikkeljaren zijn, in de gregoriaanse zijn ze dat niet. De jaren 1600, 2000, 2400 enzovoorts zijn ook in de gregoriaanse kalender schrikkeljaren.

De maanden



In de oude Romeinse kalender begon het jaar op 1 Martius. Dit is nog steeds merkbaar aan de namen van de maanden september ('septem' = zeven), oktober ('octo' = acht), november ('novem' = negen) en december ('decem' = tien) en aan het feit dat februari, als laatste maand, de resterende dagen bevatte. Het zogenaamde lunisolaire jaar duurde 355 dagen. Het verlies van het maanjaar op het zonnejaar werd gecompenseerd door op bepaalde tijdstippen een dertiende maand in te voegen, de intercalaris. De pontifices hadden het voorrecht om zo'n maand in te mogen voeren; hierbij werden vergissingen gemaakt, maar ook kwam het voor dat er misbruik werd gemaakt van dit voorrecht om lopende rechtszaken te beïnvloeden of om belastinginners te bevoordelen. Op het einde van de Republiek liep het burgerlijk jaar bijna drie maanden achter op het zonnejaar.

In 1820 verscheen voor het eerst in de Encyclopædia Britannica het door Johannes de Sacrobosco in de wereld gebrachte fabeltje dat, omdat keizer Augustus niet voor zijn voorganger wilde onderdoen, het aantal dagen van die maand van 30 op 31 werd gebracht (net zoveel als Julius). Daarbij zouden die extra dagen van Februarius zijn afgehaald. Dat laatste is eenvoudig te weerleggen, want reeds onder Numa Pompilius (715-672 v.Chr.) telde februari 28 dagen. In Sacrobosco's theorie was dus Augustus' kalender de definitieve, en had Julius Caesar de kalender anders in gedachten.

** De intercalaris werd eens in de twee à drie jaar toegevoegd, soms met een Februarius van 23 en anders van 24 dagen (met schrikkeldag). Tijdens schrikkeljaren werd Februarius niet ingekort, maar werden de laatste 5 dagen van Februarius (28 dagen) als de laatste 5 dagen van de intercalaris geïncorporeerd. Februarius viel dan dus in 2 delen uiteen.



Bron: Wikipedia





Designed by Webtoro