De geschiedenis van de Orthodoxe kerk

De oosters-orthodoxe kerk, ook wel orthodoxe kerk of Byzantijnse kerk genoemd, ziet zichzelf als voortzetting van de ene, heilige, katholieke en apostolische kerk. De Griekse naam 'orthodox' betekent letterlijk 'rechtgelovig’, 'het ware geloof behoudend' en 'juiste leer', en wordt in die zin ook wel gebruikt als synoniem voor 'rechtzinnig' of 'streng in de leer'.

Deze aanduiding doet echter geen recht aan de wijze waarop de orthodoxe kerk zichzelf ziet. Deze kerk verstaat onder 'geloof' niet in eerste plaats het aannemen van een systeem van dogmatische of morele regels, maar vooral de biddende gerichtheid op het hemelse. De orthodoxe kerk is daarom in de eerste plaats een liturgische en (aan)biddende kerk; de doctrine en ethiek kunnen alleen binnen de context van deze goddelijke aanbidding worden uitgelegd, of, zoals de eminente orthodoxe theoloog George Florovsky uitdrukte: 'Het christendom is een liturgische religie. Eerst komt de aanbidding, vervolgens de doctrine en discipline'.

De orthodoxe kerk kent een groot aantal kerken met elk een eigen hoofd. Meestal zijn ze nationaal georganiseerd. Deze kerk vormt de groep chalcedoonse orthodoxe kerken: kerken die de leer van het concilie van Chalcedon volgen. De orthodoxie aanvaardt alleen de dogma's die vastgelegd zijn in de eerste zeven oecumenische concilies.

Het grote schisma in de 11e eeuw (1054) tussen het oostelijke en het westelijke deel van de christenheid van het vroegere Romeinse Rijk leidde tot de scheiding tussen de orthodoxe of Byzantijnse patriarchaten en het patriarchaat van Rome, de rooms-katholieke of Latijnse kerk.

Hoewel de term "oosters" gebruikelijk is, kan deze benaming in de huidige tijd misleidend zijn, daar de orthodoxe kerk thans ook bisdommen telt in West-Europa en vrijwel overal ter wereld. Het aantal orthodoxen in de gehele wereld varieert volgens de schattingen van 225 tot 300 miljoen. De situatie waarin vele van de lokale orthodoxe kerken leven, belemmert betrouwbare statistieken.

De geschiedenis



In de 11e eeuw (1054) vond het grote schisma plaats tussen het oostelijke en het westelijke deel van de christenheid van het vroegere Romeinse Rijk. Dit leidde tot de scheiding tussen de orthodoxe of Byzantijnse patriarchaten en de rooms-katholieke of Latijnse kerk. De oorzaak daarvan moet gezocht worden in de culturele en theologische verschillen tussen Oost en West, evenals in de heersende politieke verhoudingen.

De paus, patriarch van Rome, zag zichzelf als opvolger van Petrus en eiste ook het gezag over de oosterse patriarchaten op. De patriarch van Constantinopel was echter van mening dat hij, als leider van het "nieuwe Rome", de spirituele leider was van de héle Kerk. Wanneer de paus van Rome beweerde dat hij de opvolger van Petrus was, overeenstemmend Mattheus 16:19, verwezen de patriarchen van het oosten naar Mattheus 18:18, waar uitdrukkelijk geschreven staat dat de 12 apostelen samen dezelfde macht en autoriteit hadden, om de zonden van de mensen kwijt te schelden en deze kwijtschelding te bekrachtigen.

Bovendien waren er ook tegenstrijdigheden over de canonieke en juridische status van de kerk binnen het Rijk. Het wantrouwen werd nog groter door de culturele en nationale verschillen tussen het Griekse oosten en het Latijnse westen.

De confrontatie tussen Oost en West duurde, met tijdelijke pauzes en periodes van vrede, van midden 9e eeuw tot 1054. De rechtstreekse aanleiding tot het schisma was de toevoeging door de westerse kerk van het Filioque aan de geloofsbelijdenis of het Credo van Nicea-Constantinopel. Aangezien deze toevoeging niet door een oecumenisch concilie was aanvaard, kon de Oosterse Kerk deze onmogelijk accepteren. Het Oosten beschouwde het Filioque als theologisch onjuist. Een legaat van de paus van Rome excommuniceerde de Kerk van Constantinopel en alle andere orthodoxe kerken, die de toevoeging van het Filioque niet aanvaardden. Paus Leo IX excommuniceerde de patriarch van Constantinopel, en Michaël I van Constantinopel deed op zijn beurt de paus in de ban.

Na de scheiding tussen het patriarchaat van Rome en de oosterse patriarchaten namen de al bestaande verschillen tussen hen verder toe in aantal. Niet enkel voor wat betreft de liturgische praktijk in de eredienst, maar evenzeer ging dit op voor de canonieke en de dogmatische verschillen. Door de middeleeuwse kruistochten, vooral de Vierde Kruistocht, verslechterden de relaties verder tussen de orthodoxie en de Latijnse veroveraars.

Kenmerken



De orthodoxe kerk definieert zichzelf als trouw aan het onveranderlijk apostolisch geloof. Haar apostolische 'originaliteit' en ’katholiciteit’ garandeert haar verticale volheid van de 'Goddelijke waarheid'. De 'door God bestemde redding van alle volkeren' wil ze nastreven door horizontale verspreiding van die waarheid over de wereld.

De orthodoxe kerk definieert zichzelf eveneens als trouw aan de kerkelijke hiërarchische structuur. De dogmatische beslissingen genomen door de eerste zeven oecumenische concilies drukken volgens de Kerk de eeuwigdurende waarheid van de Heilige Geest uit. Deze laatste wordt beschouwd als de 'Gever van de onfeilbaarheid' aan de 'Kerk van Christus', terwijl het verenigde orthodoxe episcopaat als het kanaal voor het doorgeven van deze onfeilbaarheid geldt. Nochtans wordt geen enkele individuele bisschop noch het episcopaat in zijn geheel ‘’automatisch’’ als onfeilbaar beschouwd. In overeenstemming met de orthodoxe theologie is het hoofd van de orthodoxe kerk haar eigen stichter – Jezus Christus. De hoogste autoriteit in de zichtbare kerk komt aan geen enkele patriarch of bisschop toe, maar alleen aan het oecumenisch concilie van alle bisschoppen. De beslissingen van een oecumenisch concilie zijn bindend voor de gehele kerk. Geen enkele autocefale kerk kan een beslissing van een oecumenisch concilie veranderen. De lokale kerken kunnen dogma’s, morele regels, liturgie of heilige canons die door een oecumenisch concilie werden opgelegd niet veranderen.

Zoals hierboven reeds vermeld erkent de Orthodoxe Kerk uitsluitend de beslissingen van de zeven eerste oecumenische concilies (inclusief het Concilie van Nicea in 787). De orthodoxe kerk ziet de zichtbare eenheid als een wonder van vrijwillige eenstemmigheid van alle gelovigen in de geest van vrijheid. De verificatie van getrouwheid gaat door een proces van aanvaarding; dit is door vrije aanvaarding (of verwerping) van ieder lid van de kerk, ongeacht zijn hiërarchische status. Volgens de kerk is het alleen de getuigenis van de Heilige Geest in iedere bisschop, priester of leek die de innerlijke overtuiging schenkt dat een bepaald concilie waarlijk door God is bezield en daarmee oecumenisch waardig en aanvaardbaar is.

Het derde kenmerk van de orthodoxe kerk is haar gedecentraliseerde structuur. Zij heeft geen geografisch of administratief centrum in deze wereld, maar beschouwt als centrum het Hemelse Jeruzalem en in het bijzonder de Heilige Drie-eenheid. De orthodoxe kerk bestaat uit administratief onafhankelijke autocefale en autonome lokale kerken. Ondanks deze administratieve decentralisatie beschouwt de kerk zich als één geestelijk 'Lichaam van Christus'. De interne organisatorische eenheid van de orthodoxie wordt uitgedrukt in het geloof (het sacramentele leven in gebed en eucharistische communio). Iedere gelovige of priester van welke lokale kerk of nationaliteit dan ook dient zich dan ook thuis te voelen in elke orthodoxe kerk op aarde.

de Orthodoxe theologie



De orthodoxe theologie baseert zich op Gods openbaring. Deze openbaring kan men deelachtig worden door geregenereerde rede en niet door piëtisme of theoretisering of overdreven rationalisme. De 'wetenschappelijke methode' van de orthodoxe theologie zou door het volgende vers uit de kerkhymnen kunnen worden uitgedrukt: ”Moge mijn hart vrees en nederigheid omvatten, zodat ik niet door hoogmoed van U afval, O Gij genadevolle.”

Volgens de orthodoxe leer is rijkdom van Gods kennis enkel toegankelijk langs de synergie tussen de genade van de Heilige Geest en het vrije geweten van de gelovige. Dit betekent echter niet dat de orthodoxie het menselijk verstand en de filosofie verwerpt. Ze erkent hun belang, maar stelt dat deze alleen menselijke manifestaties zijn en daarmee van relatieve waarde zijn.

Volgens de orthodoxen werd het begrijpen van Gods kennis mogelijk door de leer van de kerkvaders die voor de orthodoxe gelovigen gezaghebbend is. Maar ook het gebedsleven en de persoonlijke ascese spelen een grote rol. Ascese, mysticisme en spirituele beproeving zijn onmisbare elementen van de orthodoxie.

Orthodoxe theologie is volgens de orthodoxe kerk het levende antwoord op de manifestatie van de Heilige Geest, uitgedrukt in liturgie, gebed, heiliging en elk levensaspect. Het is de grond waarin de gelovigen kunnen groeien om “in staat te zijn met alle heiligen te vatten wat de lengte en de breedte en diepte en hoogte is van Christus – die alle kennis te boven gaat – en om de volheid te bereiken die de volheid van God zelf is.” (Efez. 3:18-19).



Bron: Wikipedia





Designed by Webtoro